Diagnose
Er zijn verschillende onderzoeken mogelijk om afwijkingen aan de slokdarm vast te stellen. Uw arts bepaalt welke onderzoeken in uw geval het meest geschikt zijn. In eerste instantie wordt meestal een endoscopie gedaan. Dit is een kijkonderzoek van de slokdarm. Als de arts tijdens dit onderzoek afwijkingen aantreft, zal hij kleine hapjes weefsel (biopten) wegnemen. Deze worden vervolgens onder de microscoop onderzocht om afwijkende cellen aan te tonen of uit te sluiten.
Meestal zal de arts ook uw bloed laten onderzoeken. Op die manier kan bloedarmoede aangetoond worden. De uitslag van bloedonderzoek geeft bovendien een beeld van uw lichamelijke conditie.
Als uit de endoscopie blijkt dat u slokdarmkanker heeft, wordt er extra onderzoek gedaan. Dit is nodig om te bekijken hoe ver de tumor zich heeft uitgebreid. De tumor kan bijvoorbeeld door de wand van de slokdarm zijn gegroeid. Of zelfs al in omliggende organen. Ook kunnen er uitzaaiingen elders in het lichaam zijn. De arts moet onderzoeken in welk stadium uw ziekte is. Dit is erg belangrijk, omdat het stadium van de ziekte grotendeels bepaalt welke behandeling mogelijk is. Afhankelijk van de uitslagen van deze extra onderzoeken, zal de arts een behandeling voorstellen.
Onderstaande onderzoeken zijn mogelijk om te onderzoeken hoe ver de kanker zich heeft uitgebreid:















